In 2014 liep ik van Wateringen in Nederland (in het Westland) naar Fisterra in Spanje (ten westen van Santiago de Compostela).
Daarna besloot ik om niet terug te keren naar Nederland, maar verder te zwerven. Onderweg werk ik (meestal voor kost en inwoning).

Algemeen

De kerstdagen komen er weer aan

De feestdagen komen er weer aan. En zoals je allang weet (en ik je de afgelopen jaren een aantal keer herinnerd heb) zijn er mensen die in die periode wat extra aandacht kunnen gebruiken.

Het is dus weer hoog tijd om je te melden bij je plaatselijke bejaardentehuis, daklozenopvang, psychiatrische instelling of ziekenhuis, zodat je nog op tijd bent om een mooie en dankbare invulling voor je kerst en/of oud en nieuw te vinden (een kerstdiner voor anderen serveren is echt veel leuker dan je zelf veel te vol vreten).

En bedenk, ter extra motivatie: het zou je eigen zwerver kunnen zijn.

Kom op. Doe jezelf een plezier.

Algemeen

Jägertee en Vin chaud

Ik denk dat het koud is in Nederland, want ik zie in mijn statistieken dat mijn Jägertee-recept meerdere keren per dag bezocht wordt.

Een mooi excuus om hier even een linkje te plaatsen: → klik
En omdat ik in Frankrijk ben, ook een link naar mijn recept voor Vin chaud: → klik

Proost!

Werk

Sinterklaaskadootje

Als ik geloofde in voortekenen, zou ik gezegd hebben dat die ruimschoots aanwezig waren.

Donderdag schreef ik al dat ik naar Mirande moest, als ik niet op straat wilde slapen. En dus maakten ze bij 115 wat geld voor me vrij voor een buskaartje — achteraf weggegooid geld, want met mijn sympathieke kop kun je die 25 kilometer makkelijk liften — en ging ik naar Mirande.
In Mirande moest ik eerst langs de gendarmerie, die razendsnel controleerde of ik geen terrorist ben, om me vervolgens, met mijn bewijs van goed gedrag (een bonnetje met mijn naam en geboortedatum, een stempel en een krabbel) te melden bij het hôpital. Dat hôpital blijkt niet het ziekenhuis, maar het voormalig ziekenhuis, dat nu bejaardentehuis is. Omdat de beschermheilige van deze, blijkbaar, katholieke instelling Sint Jacob is, is men op zijn minst moreel verplicht mensen op te vangen die dat nodig hebben. Althans, ik denk dat de reden is dat men hier 2 kamers voor SDF (Sans Domicile Fixe; daklozen) heeft, want als ik de kou in de lucht goed interpreteer, zou een stemming onder het personeel een andere invulling aan die ruimte geven: de enige die ons als echte mensen lijkt te zien, is de man die ons 2 keer per dag een dienblad met eten geeft, door het raam van de keuken. (En dan bedoel ik natuurlijk door het open raam van de keuken; duhhh…) Dat eten is trouwens prima: 2 keer per dag warm, vlees of vis, inclusief soep en toetje, en op het dienblad van de avond ligt het ontbijt er ook bij.
Ik zeg ‘ons’, want in het local tref ik Emile, die ik eerder deze week al ontmoet heb in Auch, en met wie ik het best kan vinden. De gesprekken die we hebben, komen steeds weer op het belang van werk; niet alleen om onafhankelijk te zijn, maar ook om geestelijk actief te blijven.

De opvang in Mirande is voor maximaal 2 nachten per maand, en dus vertrekt Emile vrijdagochtend (vrijdagmiddag eigenlijk, na de copieuze lunch) naar Éauze. De opvang in Auch is nog steeds vol, dus ik heb hem verteld dat de opvang in Éauze gerund wordt door het Rode Kruis, en dus te eten heeft; hij is daar welkom. Ik hoop dat ik mezelf daarmee niet in de voet schiet, want ik moet zelf zaterdagochtend vertrekken uit Mirande.

Op zaterdagochtend bel ik om 9h02 met 115. Uiteindelijk kom ik er om 9h20 pas door, en uiteraard is Auch dan al vol (Auch is de hoofdstad van de Gers, en dus het drukste, en bovendien serveert de opvang eten, en heeft maar 15 bedden). In Éauze zijn ook allebei de bedden bezet (…); ik mag naar Condom als ik dat wil.
Vorig weekend was ik ook al in Condom, dus ik weet dat daar geen eten geserveerd wordt, en dat het Rode Kruis, de Secours Populaire en de Resto Du Cœur dicht zijn in het weekend. Maar de straat serveert ook geen eten, en de temperatuur ligt ’s nachts rond de 0°, dus ik lift naar Condom; 60 kilometer, maar zoals gezegd, heb je met mijn hoofd geen buskaartje nodig.
Uiteindelijk zijn er 4 auto’s nodig om me naar Condom te brengen, en elke keer komt het gesprek weer op het belang van werk.

In Condom wordt ik opgevangen door de man met de sleutel van de opvang. Terwijl hij met me meeloopt, maken we een praatje, waarbij hij me vraagt of ik al lang zo leef, of ik op zoek ben naar werk of van de RSA leef, en wat voor werk ik dan zoek.
Als hij me de sleutel overhandigt, vraag ik hem of er in Condom nog andere organisaties zijn, waar ik misschien in het weekend terecht kan voor iets te eten. Hij schudt mistroostig zijn hoofd, denkt even na, en geeft me dan een tientje uit eigen zak.
In Condom mag ik ook 2 nachten blijven.

Vanmorgen belde ik weer om 9h02 met 115, maar dit keer kwam ik er direct door. Ik was op tijd, en kreeg een bed; de medewerkster leek oprecht blij dat ze vandaag direct ‘ja’ kon zeggen.
De eerste auto die me meenam (van de 2), werd bestuurd door een jonge vrouw die mensen opleidt voor werk in de wijnbouw. Ze wist zeker dat er op dit moment werk was bij de wijnbouwers, en gaf me 2 adressen van organisaties die personeel werven, in Auch.

Aangekomen in Auch ging ik eerst langs de opvang om mijn rugzak af te gooien; de opvang is dicht van 12h tot 18h30, en het is geen pretje om een hele middag die rugzak mee te moeten slepen.
Ik was nauwelijks binnen, had mijn rugzak nog niet losgemaakt en nog geen koffie ingeschonken, toen ik al naar het kantoortje geroepen werd: ‘Ik heb hier een telefoonnummer dat je moet bellen; het is Emmaüs, en ze zoeken een chauffeur!‘. Ik nam heel even de tijd om mijn rugzak in een hoek te mikken en een bak koffie in te schenken, en belde. De man aan de andere kant van de lijn was kort en bondig: ‘Heb je een rijbewijs? Kun je vanmiddag hier zijn? Dan zie ik je straks!‘. Dat ging me even te snel, en ik heb een halve minuut naar de telefoon zitten staren toen hij had opgehangen. Dus toen nam de hulpverlening het even van me over: Laurent zocht op internet de treinverbinding naar Rodez, en Muriel belde met Regar om te zien of die mij wat geld voor zouden kunnen schieten voor een treinkaartje. Eigenlijk kon er geen geld voorgeschoten worden voor een treinkaartje naar werk, en al helemaal niet in een ander departement, maar Muriel kent de directrice goed genoeg om het toch te regelen, en zo was ik een uur later onderweg.

En nu ben ik dus in Rodez (uitspreken zoals je het schrijft; niet verfransen naar ‘Rodé’) in Aveyron, het 7e Franse departement van mijn zwerftocht na mijn pelgrimage.
Emmaüs is een keten van tweedehandswinkels. De mensen die hier werken, zijn allemaal mensen die op straat terechtgekomen zijn, maar bereid zijn om te werken om daar weer uit te komen. De winkel zit in een groot pand waar de medewerkers ook wonen; we wonen hier nu met zijn achttienen. Iedereen heeft een eigen kamer, ingericht met meubels uit de winkel; er is een gezamenlijke keuken waar 4 voormalig koks het eten voor iedereen verzorgen; tussen de middag eten we gezamenlijk, en ’s morgens en ’s avonds kun je kiezen of je in de kantine eet, of het eten meeneemt naar je kamer. We werken van dinsdag tot en met zaterdag, en buiten die tijden mag je zelf weten wat je uitspookt, of, zoals Olivier het zei: ‘Je bent vrij om te doen en te gebruiken wat je wilt, zolang je tussen 8h en 12h, en tussen 13h30 en 17h30 maar aanwezig en helder bent.‘. Buiten de kamer en het eten zijn er ook nog douches en wasmachines; kleding en meubilair kunnen we in de winkel uitzoeken, en zaken als zeep, shampoo en scheerspullen worden betaald door de gemeenschap. Er zijn 3 auto’s beschikbaar voor wie er eens 1 nodig heeft. En bovendien verdien ik 55 euro per week, plus 100 euro per maand.
Ik ga hier aan de slag als chauffeur op de bestelwagen, waarbij ik altijd 1 of 2 man bij me zal hebben om te sjouwen.

Het eerste stapje op de ladder is (weer) gezet. :-)

Noodopvang

En weer te laat

En weer kom ik er niet op tijd door, vanmorgen. Vandaag ga ik naar Mirande.
Laat ik het er maar op houden dat ik op deze manier in ieder geval een kans heb om het departement tot in al zijn uithoeken te bezoeken…

Gisteren diverse sollicitaties gedaan in Auch, maar ik zou bijna gaan hopen dat ik niet aangenomen word; het wordt op deze manier wel erg onzeker of ik op mijn werk kan verschijnen.

Noodopvang

Terug in Auch

En ik ben weer terug in Auch.
De dame die me op zou halen, kwam uiteindelijk niet: ik kon meerijden met een andere dakloze, die ook doorverwezen was naar Condom, en in bezit is van een auto. Helaas. Of eigenlijk zelfs dubbel helaas: enerzijds kwam die mevrouw niet, en had dus ook geen eten voor me bij zich; anderzijds heeft die andere man een probleem aan zijn luchtwegen, waardoor hij de hele nacht heeft liggen hoesten, en ik van het weekend bijna geen oog heb dichtgedaan.

De noodopvang in Condom is niet slecht: basaal, maar schoon en compleet. Helaas waren het Rode Kruis, de Resto du Cœur en de Secours Populaire dicht in het weekend, waardoor eten geen optie leek. En daar kwam de voorzienigheid om de hoek kijken, waar wij pelgrims zo op moeten vertrouwen: ik ging een rondje wandelen door de stad, en vond 5 euro. En het is helemaal niet gek wat je bij de Leader Price kunt kopen voor €5: een zak Riz Cantonais (lijkt een beetje op nasi), 6 eieren, een zak chips, een zak chocoladebroodjes, en zelfs wat appel/bananencompôte. Goed, niet het meest voedzame voer, maar je komt er wel een weekend mee door.
Mijn collega rekende op mij om hem te voeren, maar dat ging me te ver: als je zo dom bent om ’s ochtends van je laatste geld een GPS te kopen voor in je auto, en dan ’s middags heel verbaasd te reageren dat je niets te eten en te roken hebt, heb je wat mij betreft wel een lesje te leren.

Ik mocht 2 nachten blijven in Condom. Maandagochtend belde ik 115 dus weer; om 9h08 had ik beet, en was ik net op tijd voor het laatste bed in Auch.
Mijn huisgenoten waren blij dat ik weer terug was, dus dat deed wel goed, en ik heb gelukkig hetzelfde bed dat ik had voor mijn vertrek: in een rustig hoekje, op een rustige kamer.
Vanmorgen was ik de eerste die 115 belde. Morgen ben ik dat, denk ik, weer…

En ik ben vastbesloten van de winter genoeg geld te verdienen om in het voorjaar een oude bestelbus aan te schaffen en om te bouwen tot simpele camper. Het werkt niet alleen op je zenuwen om zo in het rond gestuurd te worden, het is ook niet echt praktisch bij het vinden (en behouden) van werk.
Met een bus heb ik altijd een dak boven mijn hoofd, en bovendien vervoer om van seizoenswerk naar seizoenswerk te reizen. Ik denk dat ik aan een euro of 2000 genoeg moet hebben voor aanschaf, verbouwing, en de verzekering voor het eerste jaar (Frankrijk kent geen wegenbelasting).

Noodopvang

Geen plaats

Ik schreef al dat iedereen in de logement d’urgence om een paar minuten na 9 als een dolle 115 belt om zeker te zijn van een plaats. Ik belde vandaag om 9h08, en was al te laat: alle bedden zijn bezet vanavond. Men probeert nu een plaats voor me te regelen in Vic-Fezensac. Als dat lukt zal ik daarheen moeten liften. En liften op zaterdag is niet makkelijk. Van de andere kant: als er geen plaats is, of liften lukt niet, slaap ik vannacht op straat. En het is koud ’s nachts.

UPDATE 10h14:
Er is plaats voor me in Condom ¹ ². Ik word om 14h30 opgehaald in Auch. En de dame die me naar Condom brengt, neemt ook wat te eten mee voor vanavond.

Werk

Geen wintersport

Op 13 oktober was ik op de recruteringsdag in Arudy, om werk voor de winter te vinden in de Pyreneeën. 5 Sollicitaties heb ik daar gedaan, en al die werkgevers beloofden mij binnen 3, hooguit 4 weken iets te laten weten; ook als de keuze niet op mij gevallen was.

Inmiddels zijn we bijna 6 weken verder, en er heeft 1 werkgever contact met me opgenomen; van de rest heb ik niks gehoord.
Die ene die wel contact met me opnam, belde me 2 weken geleden, op dinsdag. Ze wilde me uitnodigen voor een gesprek, maar omdat ik op bijna 200 kilometer van Gourette ben, zou ze me teugbellen voor een telefonisch interview. De maandag daarop had ze me nog niet gebeld, dus belde ik haar: ze had het druk, en zou me op vrijdag bellen. Dat deed ze niet, en dus belde ik haar gisteren maar weer. En vertelde ze me dat ze inmiddels iemand anders gevonden had; ze had het niet de moeite gevonden me dat even te laten weten (‘te druk’ voor een telefoontje van 1 minuut gaat er bij mij niet in).

En dus bereid ik me nu mentaal voor op een winter in de noodopvang in Auch; zonder werk, want dat is hier nauwelijks, en dus ook zonder geld. Het is niet helemaal de toekomst waar ik van droomde…

Om dit berichtje toch maar positief te eindigen: afgelopen vrijdag heb ik een medisch onderzoek gehad; de uitslagen van de bloed- en urineonderzoeken zijn nog niet binnen, maar met mijn 46 jaar, en een jaar of 30 roken, heb ik de longinhoud van een man van 20. Lopen is goed voor je.

Noodopvang

Foto’s Nogaro en Auch

Ik heb eindelijk even de tijd genomen om Bluetooth uit te vogelen (het kabeltje om mijn telefoon aan mijn laptop te hangen ligt nog bij Marinette op zolder).

Dit is de logement d’urgence in Nogaro:

In Auch ziet het er zo uit:

Dit vond ik gewoon een mooi middeleeuws plaatje (Auch); helaas moest ik overdag terugkomen voor een duidelijkere foto, vanwege geen geweldige camera:

En voor wie in is voor een geintje en een beetje Frans spreekt:

Waarschijnlijk is-ie koud tegen de tijd dat-ie aankomt, maar voor die €8,50 met gratis bezorging…
Het landnummer van Frankrijk is +33.
;-)

Noodopvang

Tweede week Auch

2 Weken ben ik nu in Auch. De verveling is enorm.
Gelukkig is ook hier de bibliotheek gratis, dus ik heb nu een 2e Franse bibliotheekkaart, en ben inmiddels aan mijn 4e boek bezig (sinds mijn aankomst in Auch). De verveling is in ieder geval goed om mijn Frans te verbeteren.
:-)

Omdat ik hier inmiddels meer dan een week ben, moet ik elke ochtend 115 bellen om te vragen of ik nog een nacht mag blijven. Wie het eerst komt, die het eerst maalt, en daarbij hebben mensen die afgelopen nacht een bed hadden niet meer rechten dan mensen die dat niet hadden, dus als de medewerker in functie om een paar minuten na 9 roept “C’est bon pour cent-quinze!” (“We kunnen voor 115!“), grijpt iedereen naar zijn telefoon, om vervolgens de lijnen te overbelasten, en massaal op de voice-mail terecht te komen, direct op te hangen, en opnieuw te bellen. Het heeft wel wat grappigs. Normaal gesproken heeft om 9h15 iedereen z’n bed wel veiliggesteld.

Vorig weekend was trouwens een rustig weekend. In de nacht van vrijdag op zaterdag werd de RSA gestort, en de collega’s die recht hebben op de RSA besloten hun geld te investeren in de bierindustrie. Maar wie duidelijk zichtbaar onder invloed verkeert, komt de opvang niet in — enerzijds een verzekeringskwestie, anderzijds past laveloosheid niet in de ‘gezamenlijkheid’ die men hier probeert te stimuleren (samen tafeldekken, samen eten, samen opruimen, enz.). De meesten kwamen aan het einde van de dag gewoon niet opdagen, en die ene die wel kwam aangekropen, kreeg te horen dat hij op straat zijn roes uit mocht slapen. Waardoor ik overbleef met de asielzoekers.

Over de asielzoekers gesproken: ik ben bevorderd tot tolk. De Albaniërs spreken geen Frans, maar sommigen spreken wel een beetje Duits. En omdat ik beide spreek, mag ik vertalen tussen de Albaniërs en de medewerkers wanneer dat nodig is. En ben ik één van de aanspreekpunten bij het huiswerk voor de Franse les die ze verplicht volgen.

De uitzendbureaus in de stad zijn niet heel enthousiast om me in te schrijven. Van de ene kant omdat ik geen auto heb, maar van de andere kant denk ik dat het er ook mee te maken heeft dat ik hetzelfde postadres heb als alle andere daklozen in de stad.
Wel kreeg ik van de week een telefoontje uit Gourette, in de Pyreneeën. Ze waren geïnteresseerd, en wilden me uitnodigen voor een gesprek, maar omdat ik relatief ver weg ben, hebben we afgesproken eerst een telefonisch onderhoud te doen. Dat was afgelopen woensdag, en ik ben nog niet teruggebeld; dat werkt inmiddels behoorlijk op mijn zenuwen. Goed, vrijdag was een feestdag, en nu is het weekend, maar maandag ga ik hen bellen, en ik hoop dat ik niet te horen krijg dat ze iemand gevonden hebben die dichterbij woont (ik heb begrepen dat het lastig is om tijdelijke woonruimte te vinden voor personeel in Gourette).

Maandagmiddag heb ik een afspraak op het arbeidsbureau; iets over het verkrijgen van een Frans sofi-nummer. Vrijdag ga ik naar het ziekenhuis voor een (gratis) medische check-up.

Noodopvang

Auch

Afgelopen maandagochtend vertrok ik vanuit de Béarn richting Auch (spreek uit: ‘Osh‘), om ‘even’ een titre de séjour te halen. Het liften ging redelijk voorspoedig — ik had me geschoren, en zag er niet al te erg als een zwerver uit — en om een uur of 4 in de middag werd ik op het station van Auch afgezet.
Het eerste dat ik deed was 115 bellen om een plek voor de nacht te regelen. Ik kon terecht, en omdat ik niet bekend ben in Auch, stuurde de 115-medewerker me naar de mairie om de weg te vragen naar de hebergement d’urgence: de mairie is makkelijk te vinden, en de noodopvang daar in de buurt.
De receptionist van de mairie keek me glazig aan: geen idee dat er een noodopvang in zijn stad was. Met behulp van een collega stuurde hij me uiteindelijk naar la maison diocésaine, een katholieke organisatie om de hoek.
Bij de zusters keek men mij glazig aan: nooit gehoord van een noodopvang in de stad. Men besloot mij door te sturen naar het Rode Kruis, 1 deur verder.
Bij het Rode Kruis was niemand aanwezig. En dus belde ik 115 nog maar een keer. De medewerkster had alle tijd, en bleek de weg in Auch heel goed te kennen: ze bleef aan de telefoon (en ik natuurlijk ook), en ze leidde me hier-rechts-nu-links tot voor de deur. Naar binnen kon ik nog niet, want het was 5 uur, en de deur gaat om 18h30 open, maar nu wist ik in ieder geval waar ik moest zijn; mijn bed was gereserveerd. Bovendien hoefde ik me niet druk te maken om eten: er wordt ’s avonds gezamenlijk gegeten. Wie zich voor het eerst meldt, mag een week blijven zonder opnieuw 115 te moeten bellen.

Om 18h30 stond ik weer voor de deur; nu met een groep andere hulpvragers. De meesten zijn hier voor langere tijd. Er is een Albanisch stel, 2 Albanische jongens (voor zover ik begrijp geen familie), een Russisch stel, een Guinees, 2 Marokkanen en een paar Fransen; de Albaniërs, de Russen en de Guinees wachten op de behandeling van hun asielverzoek. Ik word direct geadopteerd door de Albaniërs, de Russen en een Fransman; de meeste anderen zijn te ver heen om zich nog om anderen te bekommeren.
De noodopvang is een huis met 7 kamers voor 1, 2, 3 of 4 personen. Ik kom in een 2-persoonskamer met een man die nauwelijks uit zijn ogen kan kijken door jarenlang drankmisbruik, en zijn hond. Verder zijn er een huiskamer met tv, een grote keuken met vaatwasser, wasmachine en wasdroger, een kantoortje, een grote ruimte met tafels en stoelen om te eten en overdag te verblijven, en douches en toiletten. De nachtopvang is open van 18h30 tot 8h30; tussen 8h30 en 12h00 kunnen mensen die ook niet veel hebben, komen ontbijten en/of anderen ontmoeten. ’s Nachts is er 1 medewerker aanwezig; de rest van de openingstijden zelfs 3.
’s Avonds wordt er eten geserveerd voor de mensen die hier de nacht doorbrengen, het ontbijt is open voor iedereen, en wie dat nodig heeft (zoals ik) kan om een uur of 11 een lunchpakket komen halen. Dit alles met dank aan de voedselbank en sponsors.

Op dinsdag wil ik naar de préfecture voor mijn titre de séjour. Maar 1 november is een feestdag, Toussaints (Allerheiligen, de dag van de doden), en dus wordt er niet gewerkt. Slenterend door de stad zie ik mijn huisgenoten aan het werk of recreërend: zittend op de stoep met een bakje voor zich voor kleingeld, mensen aansprekend op terrassen, of, al dan niet met een joint of een blik in de hand, zittend op een bankje in een park, met een lege blik voor zich uit starend. Ik besluit dat dat in ieder geval niet mijn toekomst zal zijn.

Op woensdag meld ik me bij de préfecture, waar in een minuut een droom aan diggelen gaat: als ik geen betaald werk heb, heb ik ook geen recht op een titre de séjour; mijn 2 jaar werk als vrijwilliger tellen niet. Het ergste is nog niet eens de titre de séjour die ik niet krijg; het ergte is die hooghartige trut achter het loket, die met een vies gezicht zegt ‘De RSA is voor werkende mensen.‘…
Resultaat: zonder titre de séjour geen RSA (bijstand), zonder RSA geen APL (huursubsidie), zonder APL geen gîte. Ja, dat komt aan. Ik doe verder niet zoveel op woensdag. Gelukkig heb ik aan mijn huisgenoten gezien dat dit niet het moment is om een biertje te nemen.

Op donderdag meld ik me bij R.E.G.A.R., een stichting die in het leven geroepen is om hulp en advies te bieden aan mensen die verder nergens terecht kunnen. Op dit moment kunnen ze niet heel veel voor me doen: ik krijg een postadres, maar voor hulp bij het vinden van woonruimte moet ik eerst werk zien te vinden; zodra ik dat heb, kunnen zij me plaatsen in gesubsidieerde woonruimte, totdat ik genoeg verdien om iets volledig zelfstandigs te betalen.
’s Middags schrijf ik me in bij Pole Emploi (het arbeidsbureau) en ga ik bij verschillende uitzendbureaus langs. De uitzendbureaus zijn niet bijster geïnteresseerd omdat ik geen vervoer heb; desondanks lukt het me om me bij 1 in te schrijven, en een afspraak te maken voor een inschrijving bij een andere.
’s Avonds ben ik de held van de medewerkers van de opvang; blijkbaar is het lang geleden dat ze hier iemand hadden die uit zijn situatie probeerde te klimmen. Ik word overladen met adressen waar ik even langs moet; uitzendbureaus, maar ook een stichting die auto’s uitleent aan mensen die zich geen auto kunnen veroorloven, en zo nog het een en ander.

Op vrijdag bezoek ik nog een paar uitzendbureaus, waarbij ik nog een afspraak voor een inschrijving scoor, en verander ik op het postkantoor het adres van mijn bankrekening. De middag breng ik door in de bibliotheek, waar ik heel de middag een computer claim om online te zoeken naar werk en uitzendbureaus.
’s Avonds vraag en krijg ik overplaatsing naar een andere kamer. De stank van de hond en van bier maakten het al een niet heel fijne kamer, maar dat mijn kamergenoot zich af lag te trekken onder in het stapelbed terwijl ik bovenin een boek probeerde te lezen, was voor mij de druppel (sorry voor die onbedoelde woordspeling).

En nu is het weekend, en heb ik dus even vrij.
Maandag heb ik 2 afspraken bij uitzendbureaus. Op dinsdag nemen mijn Albanische ‘adoptieouders’ me op sleeptouw om een kaart te regelen voor gratis openbaar vervoer in de regio.

Nieuws van mijn sollicitaties in de Pyreneeën heb ik nog niet.

Algemeen

46

Dat gevoel dat veel mensen hebben als ze 40 worden. Sommigen zelfs al als ze 30 worden. Dat gevoel heb ik nu een beetje…

Het is niet echt iets van vandaag; van de zomer heb ik er al een aantal keer aan gedacht. En eind september, begin oktober, toen het ’s nachts koud begon te worden, heb ik een paar keer aan mezelf gevraagd ‘Is het niet een beetje raar om op jouw leeftijd nog in een klein tentje te moeten slapen?‘. Of toen de oogarts me in september een recept gaf voor een bril… toen dacht ik ook wel even ‘Je zou nu de dingen wel voldoende op een rij mogen hebben om die bril aan te kunnen schaffen.‘. Of toen de tandarts begin oktober zei ‘Ja, een kunstgebit zou wel beter zijn.‘…
En dan heb ik het nog niet eens over de dames die mij er — over het algemeen onbewust — aan herinnerden dat de meeste mannen van mijn leeftijd een vrouw, en over het algemeen zelfs een gezin hebben.

Vanaf vandaag zal ik voor altijd dichter bij de 50 zijn dan bij de 40.

Maar als ik heel eerlijk ben: ik ken niemand met een interessanter leven dan ik.
En dat is ook wat waard.

Noodopvang

De afgelopen maand

Een maandje geleden gaf ik mijn berichtje ‘De bodem’ als titel. Maar daar was ik nog lang niet…

De Assistente Sociale had me gezegd dat de CAF (Caisse d’Allocation Familiales, de organisatie die gaat over de RSA; de Fransen zijn dol op afkortingen) 10 dagen de tijd had om mijn dossier te bestuderen. Daarmee zou ik een antwoord hebben voordat ik uit Lelin-Lapujolle moest vertrekken. Maar uiteraard liep de CAF een beetje achter met de afhandeling van de dossiers. En dus had ik geen antwoord voor mijn vertrek. En zonder RSA ook geen hulp bij het zoeken van onderdak.

Op 13 oktober kon ik gelukkig wel de auto van Marinette lenen, zodat ik naar de wervingsdag voor de skigebieden in de Pyreneeën kon. Die wervingsdag bestond uit een sporthal vol tafeltjes, waarachter medewerkers van hotels, restaurants, skiverhuurders, etc. zaten, en waarvoor rijen met mensen stonden die een kort sollicitatiegesprek met die wervers wilden; aansluiten en babbelen. Ik heb uiteindelijk 5 serieuze sollicitaties gedaan; 4 als barman en 1 als keukenhulp. Allemaal hebben ze me beloofd binnen een week of 3 te reageren, dus dat zou uiterlijk eind volgende week zijn. Het skiseizoen start begin december; sommige recruiters wierven alleen voor december en februari, met de kans op meer als er daadwerkelijk sneeuw valt.

Na de wervingsdag zou ik mijn tent bij Marinette in de tuin opzetten, maar dat ging niet door: ik kreeg een eigen kamer; wat een luxe! De volgende morgen heb ik mijn rugzak opnieuw ingepakt — de spullen die niet in mijn rugzak passen staan bij Marinette op zolder, en ik heb mijn zomerspullen omgeruild voor mijn winterkleren. En daarna was het tijd om ook daar te vertrekken, want aan het eind van het pelgrimsseizoen is Marinette moe, en heeft ze tijd voor zichzelf nodig, en dus geen behoefte aan een zwerver over de vloer.

En dus zat er niets anders op dan 115 te bellen. Ik kon terecht in de noodhuisvesting in Nogaro. En de noodhuisvesting in Nogaro is een goor hol, waar alles kapot is, niets werkt, in geen jaren is schoongemaakt, en de deur niet op slot kan; je zou er nog geen beest opsluiten. Normaal gesproken is de noodhuisvesting voor maximaal 2 nachten, maar omdat ik op maandagochtend weer een afspraak had met de Assistente Sociale in Nogaro, mocht ik 3 nachten blijven. Maar in ieder geval was het een kans om interessante mensen te ontmoeten: de daklozen die hier in het verleden overnacht hebben, houden het nog een beetje als basis om elkaar te ontmoeten (voor de deur, want ze begrijpen allemaal hoe weinig privacy je binnen hebt), en ook de plaatselijke dealers komen even kennis maken en handen schudden.
Ondanks wat de 115-medewerker meldde, hoefde ik het hok in ieder geval niet met een ander te delen; die ander kwam niet opdagen.

Die maandagochtend was het 18 oktober, en dus bijna 4 weken geleden dat ik de RSA aangevraagd had, maar de Assistente Sociale bevestigde wat ik op ‘Ma Caf’ (mijn CAF-account onlline) ook al gezien had: geen nieuws. En dus belde ik weer 115, en vroeg ik of ik in de noodopvang in Éauze mocht; de Asistente Sociale had van meer mensen gehoord dat de opvang in Nogaro niet echt een droomvakantie is, en wist dat het in Éauze beter is.

Ik mocht naar Éauze, en omdat de Assistente Sociale daar woont, kon ik bovendien met haar meerijden.
La locale in Éauze wordt onderhouden door het Rode Kruis (in Nogaro is de mairie verantwoordelijk), en is in aanzienlijk betere staat. In weze doet het me een beetje denken aan de gratis gemeentelijke refuges die ik als pelgrim gezien heb: een ‘gemeenschappelijke ruimte’ van een paar vierkante meter, 2 kamertjes (zonder deur) met elk een bed, een keukenblok met 2 elektrische kookplaatjes en een magnetron, een douche en een toilet, en zelfs een wasmachine en -droger. Bij aankomst vraagt de Rode Kruis-medewerker of ik verder nog iets nodig heb — als ik niet te eten heb, heeft hij een kast vol magnetronmaaltijden —, maar ik heb nog wat geld, en ben dus voorlopig te trots om wat aan te nemen.
Deze opvang deel ik wel met een ander: de Marokkaan Momo, wat Frans schijnt te zijn voor Mohammed. Momo verblijft hier zo vaak dat hij een oude dvd-speler meegenomen heeft tegen de verveling. Op zich is het geen onaardige kerel, maar het is een beetje jammer dat hij de gewoonte heeft direct na zijn ochtendkoffie zijn eerste joint al op te steken; ik ben best wat gewend, maar de geur van hasjiesj om 8h30 vergt best wat geduld.
In de loop van de week bel ik nog een paar keer 115 met de vraag of ik nog even mag blijven; dat mag ik.

Op vrijdag — 21 oktober, ruim een maand na mijn aanvraag — is er dan eindelijk nieuws van de CAF: verzoek RSA afgewezen. Ik begin een beetje in paniek te raken.
Ik besluit niet met de Assistente Sociale te bellen voor een afspraak, maar naar Nogaro te liften en zonder afspraak bij haar aan te kloppen. Ze heeft geen tijd om voor me uit te zoeken waar de afwijzing vandaan komt, maar begrijpt dat de nood even aan de man is, en regelt een voorschot voor me; zo heb ik van het weekend in ieder geval te eten. Van 115 mag ik ook nog even in Éauze blijven.
Ik maak een nieuwe afspraak met de Assistente Sociale (of eigenlijk met een andere, want inmiddels zijn er 2 dames op mijn dossier gedoken, maar ik wil het verhaal niet nog verwarrender maken) voor woensdag.

Op zondag dan eindelijk weer wat beter nieuws.
Marie-Pierre is een vriendin van een vriendin; ik heb haar een paar keer daar ontmoet, en heb haar een paar keer op de markt (in Éauze) bezocht, waar ze crêpes verkoopt. Marie-Pierre was het weekend op bezoek bij een vriendin in de Béarn, waar ze iemand ontmoet heeft die een gîte voor pelgrims heeft, maar die weer op reis wil, en iemand zoekt die de gîte wil overnemen. Marie-Pierre dacht direct aan mij, en stuurde me een mail.
Uiteraard bel ik Yves, en spreek met hem af dat ik op donderdag bij hem ben om kennis te maken.

Op woensdag ben ik weer bij de Assistente Sociale. Ze heeft zich er inmiddels in verdiept, en heeft bij mijn aanvraag RSA 1 dingetje over het hoofd gezien: dit jaar is de wet veranderd (Frans of Europees, dat weet ik niet), en sindsdien moet je als Europeaan een titre de sejour (een soort visum) aanvragen als je in Frankrijk ergens aanspraak op wilt maken. Oftewel: fuck het Schengen-verdrag.
Om dat document aan te vragen, moet ik me melden bij de prefectuur in Auch, de hoofdstad van de Gers; dat kan elke werkdag tussen 8h30 en 12h00, zonder afspraak. De Assistente Sociale heeft de blijde boodschap dat een document van de prefectuur eerder maanden dan weken op zich laat wachten.
Voor ik vertrek print en ondertekent ze een verklaring voor me, waarmee ik, voor onbepaalde tijd, bij elke sociale hulporganisatie (Rode Kruis, Secours Catholique, etc.) in de Gers kan aankloppen voor een gratis maaltijd.

Ik besluit Auch heel even links te laten liggen, en eerst naar de Béarn te liften voor mijn afspraak met Yves. Omdat ik woensdagmiddag vertrek en donderdag pas heb afgesproken, kan ik rustigaan doen.
En dat komt goed uit, want mijn eerste lift brengt me van Nogaro naar Pau. Wat betekent dat ik vanuit een andere hoek mijn bestemming nader dan ik gepland had, waardoor ik nu langs Navarrenx kom. En in Navarrenx was ik deze zomer ook al eens, om aan Jean-Gaétan te vragen of hij misschien een hospitalier nodig had in zijn gîte L’Alchimiste (het mag duidelijk zijn dat hij dat niet had). Omdat ik graag een donativo-gîte zou willen, en L’Alchimiste een donativo-gîte is, en bovendien op maar een kilometer of 20 van de gîte waarheen ik onderweg ben, lijkt het me een goed idee om daar aan te kloppen voor de nacht; zo’n contact moet je warmhouden, want Jean-Gaétan zit ongetwijfeld vol met bruikbare (juridische) informatie; daarnaast is het ook een aardige kerel.

Ik ben van harte welkom, krijg een bier en een eigen kamer, en eet ’s avonds uiteraard mee. De groep is bovendien erg leuk: een groep geestelijk minder validen die met hun begeleiders een stuk van de chemin lopen.
Ik kan weer even ademhalen.

Donderdagochtend wil Jean-Gaétan niets weten van een betaling. Bovendien kan ik hem bellen als mijn overname doorgaat, zodat we een keer een avond kunnen bomen over alle haken en ogen, en noteert hij mijn nummer ook, zodat hij alvast kan gaan rondvragen voor werk voor de winter (zijn voorstel).

En dan lift ik de laatste 20 kilometer naar Yves.
Het huis is een groot pand met een grote tuin in het centrum van het dorp. De gîte is een beetje een bende, maar daar kijk ik doorheen: het is duidelijk dat dit heel veel potentieel heeft. Maar het is ook duidelijk dat Yves nog niet helemaal klaar is om er een punt achter te zetten: hij is in zijn hoofd nog bezig met allerlei decoratieve zaken waar hij niet mee bezig zou zijn als hij het idee van afscheid volledig geaccepteerd had. De afspraak was al dat hij voorlopig de helft van het huis zou houden, in de tijd dat hij een bestelwagen ombouwt tot camper; het is duidelijk dat we ook goede afspraken moeten maken over zijn datum van vertrek.
We zijn voorlopig nog niet uitonderhandeld.

Als ik wil kan ik in ieder geval de winter blijven, om de werkzaamheden te verrichten die het huis sowieso nodig heeft. Tegen kost en inwoning. Dat geeft een beetje rust: als het werk in de Pyreneeën niet doorgaat, hoef ik in ieder geval niet op straat te slapen van de winter.

Dit weekend blijf ik hier nog, om verder te onderhandelen en om het huis en het dorp te leren kennen; vandaag ga ik ook langs het Office De Tourisme om te kijken of die cijfers hebben van het aantal pelgrims dat hier per jaar langskomt.
Maandag lift ik naar Auch, zodat ik — hopelijk — dinsdagochtend in de rij kan gaan staan voor mijn titre de sejour. Dat betekent dus weer een paar nachten in de noodopvang. Daarna zie ik weer verder.

Algemeen

De bodem

En dan raak je ineens de bodem. En wel zo plotseling dat je blij mag zijn dat je niet allebei je poten breekt…

De bio-snackbar in Lelin-Lapujolle ging al niet door. Jammer, maar te overzien: dat was een dingetje voor de lente, en daar zijn we nog lang niet.
Het idee was dat ik voorlopig zou gaan klussen bij Evelyne en Carole; een bevriende aannemer had de klus aangenomen, en ik zou hem helpen. Op die manier zou ik onderdak en eten hebben, een zakcentje verdienen, en bovendien een auto tot mijn beschikking hebben om op 13 oktober naar de recruteringsdag voor 3 skigebieden te gaan, om werk voor de winter te vinden. Het liep even anders…

De bevriende aannemer maakt niet langer deel uit van de vriendenkring. Op dag 1, met het storten van de fundering voor de bakkerij, maakte hij er al zo’n bende van dat hij niet meer terug hoeft te komen. Op zich ben ik het daar wel mee eens, want na een uurtje werken was het zelfs mij duidelijk dat hij dit nog nooit eerder gedaan had.
Gevolg van dit debacle was echter dat de dames besloten het hele project samen op te knappen. En in ‘samen’ was dus ook geen plaats meer voor ‘mij’. En dat ik al mijn geld (niet veel, maar wel mijn volledige kapitaal) had opgemaakt met wachten op dat project waarmee ik het weer terug zou verdienen… ‘Tja’, zeiden de dames, ‘vervelend.’.

Geen geld dus, geen onderdak ook, en bovendien geen auto om op 13 oktober te gaan solliciteren. Voorlopig kan ik met mijn tent op het schoolplein blijven staan, tot 15 oktober, de verhuisdatum van de dames. En met wat klusjes bij kennissen verdien ik wat geld om te kunnen eten. Maar de nabije toekomst heeft een iets andere kleur gekregen dan hij 2 weken geleden had.
En dus had ik geen andere keuze dan weer een stukje verder terug in het systeem te duiken: gisteren had ik een afspraak met een Assistent Social, en samen hebben we de RSA (Revenu de solidarité active; vergelijkbaar met de bijstand, ± €500 per maand) aangevraagd. Als die toegewezen wordt — en dat is nog helemaal niet zeker — kan men mij ook helpen met het vinden van woonruimte; als ik geen RSA krijg, hoef ik ook niet te rekenen op woonruimte. De beslissing valt binnen 2 weken.
In het ergste geval kan ik overigens het gratis telefoonnummer 115 bellen; ik word dan in de daklozenopvang geplaatst. Niet bepaald mijn ambitie, maar als er 50 centimeter sneeuw op mijn tentje ligt, denk ik daar vast anders over.
Mijn tentje is trouwens definitief stuk: afgelopen week is 1 van de 2 aluminium stokken gebroken, waarschijnlijk vanwege de constante spanning die er op staat. Ik heb hem kunnen spalken met een (meegeleverd) stukje pijp, maar ik ben me er zeer wel van bewust dat dat een noodoplossing is.

Maar goed, voorlopig ga ik ervan uit dat de RSA toegewezen wordt, en dat ik snel daarna woonruimte vind. En dat die woonruimte en de RSA tijdelijk zullen zijn, omdat ik ergens een auto zal kunnen lenen om op 13 oktober richting de Pyreneeën te rijden, waar ik een prachtige baan als barman of iets dergelijks voor de winter zal vinden (en waar ik dan natuurlijk in een bescheiden maar complete kamer ondergebracht word, en waar ik mijn vrije tijd skiënd doorbreng).

En op deze manier wordt het leven in ieder geval geen sleur. ;-)

Algemeen

Geen snack

En weer was het lang stil: ik heb een week of 5 — min of meer gedwongen — vakantie gehad. Ik heb me gek verveeld…

De overname van de snackbar, waar ik op hoopte, gaat niet door. De afgelopen weken waren gevuld met een heleboel misschien, maar van de week heb ik de knoop doorgehakt.

De misschienen kwamen van de gemeenteraad (conseil municipal), die niet bijster geïnteresseerd bleek. Die situatie is ongeveer als volgt:
De snackbar is in een gebouw van de gemeente, de oude school. De school is in 2014 gesloten (want alle jonge mensen zijn het dorp ontvlucht om werk te zoeken in de stad), en vervolgens heeft de gemeente in het gebouw 2 appartementen gemaakt; verder is aan de ene kant van het gebouw een opslagruimte die door de gemeente gebruikt wordt, en worden aan de andere kant de oude kantine (inclusief keuken) en een kleine opslagruimte door Evelyne en Carole gebruikt voor de snackbar en bakkerij (Carole bakt biologisch brood, en verkoopt dat bij een paar bio-winkels en op de markt). Evelyne en Carole huren ook het appartement naast de kantine.
In oktober verhuizen Evelyne en Carole naar een boerderij op het land van de familie van Evelyne.
De gemeente wil bij voorkeur het appartement en de kantine samen verhuren. Aangezien ik geen vriendin heb die op de markt brood verkoopt, heb ik daarvoor geen geld.
Als het de gemeente niet lukt om beide samen te verhuren, gaat het appartement voor, want dat brengt meer geld op.
Als het niet lukt om het appartement los te verhuren, zou er eventueel gekeken kunnen worden of de kantine los verhuurd kan worden (aan mij).
Als het wel lukt om het appartement los te verhuren, zou er eventueel in overleg getreden kunnen worden met de nieuwe huurder, om te zien of we overeenstemming kunnen bereiken over terras, parkeerplaatsen en verdeling van het schoolplein, waarna misschien besloten kan worden om ook de kantine los te verhuren.
Bijkomende uitdagingen bij het los verhuren van de kantine zijn dan een verandering van de bestemming (van werkruimte naar woon-werkruimte) en een kleine verbouwing (er is geen sanitair). Met beide zou de gemeenteraad moeten instemmen.

Al die misschienen, gecombineerd met een gemeenschappelijk schouderophalen bij het woord ‘pelgrims‘, maakten het al niet bepaald hoopgevend, maar desondanks besloot ik nog even af te wachten hoe de dingen verder zouden lopen. Ik had toch niks anders te doen, want ik zou bij Evelyne en Carole op de boerderij gaan helpen een nieuwe broodoven te bouwen.

Die klus is inmiddels al 3 keer een week uitgesteld, en misschien is dat maar goed ook, want zo heb ik het dorp beter leren kennen, en kunnen besluiten hier niet voor mezelf te willen beginnen.

De gebeurtenis die dat besluit uiteindelijk definitief maakte, mag ik je niet onthouden…

Zoals ieder dorp in Frankrijk heeft ook Lelin-Lapujolle een openbaar toilet. Dit toilet zit in het gebouw van de feestzaal; de hal en het toilet zijn altijd open, en de feestzaal alleen in geval van feesten en partijen. Omdat ik me bij Evelyne en Carole zo onzichtbaar mogelijk wil maken, maak ik gebruik van het openbaar toilet.
Vorig weekend werd er een verjaardag gevierd in de feestzaal, maar desondanks moest ik naar de wc. Dus ik zeg vriendelijk bonjour tegen de 4 of 5 mensen die buiten staan te roken, doe mijn ding (binnen), was mijn handen, en loop vriendelijk groetend weer naar buiten. Op dat moment komt er een man op hoge poten achter me aan (op die hoge poten was hij overigens nog steeds een kop kleiner dan ik): hoe ik het in mijn hoofd haalde naar de wc te gaan, terwijl hij de feestzaal gehuurd had? Hij woonde hier notabene al 40 jaar!
Even ging ik de discussie nog met hem aan — mijn Frans is daarvoor inmiddels vloeiend genoeg — en legde hem, een keer of 4, uit dat dit een publiek toilet was, en dat dat ook duidelijk aangegeven was. Maar hij werd alleen maar steeds bozer, en na een paar minuten besloot ik me om te draaien en het mannetje schreeuwend en stampvoetend achter te laten.
Uiteraard wilde het noodlot de volgende dag dat, net op het moment dat ik van het toilet kwam, hij aan kwam rijden. Hij begon weer van voren af aan. Ik liet het bij een kalm “C’est un wc public.“, en liep door. Hij riep me allerlei lelijke dingen na, waaronder dat ik er niet op moest rekenen dat mijn project in dit dorp zou slagen.
Weer een dag later ging hij zelfs zover dat hij naar de school kwam om me over het hek van het schoolplein lelijke dingen toe te roepen. Dat was het moment dat Evelyne begreep dat ik niet overdreef, en zij nam direct contact op met de burgemeester; het keffertje blijkt namelijk lid van de gemeenteraad. Inmiddels is het mannetje door de burgemeester terecht gewezen, met de mededeling dat het een publiek toilet is, en dat iemand die de feestzaal huurt niet het eigendom kan claimen.
Saillant detail in dit verhaal is, dat ik weet dat er ’s avonds een pelgrim is geweest die achter de feestzaal gekampeerd heeft. Hij heeft niet alleen gebruik gemaakt van het toilet en zijn tanden gepoetst aan de wasbak, maar heeft ook zijn telefoon mogen opladen in de feestzaal, en zelfs iets te drinken aangeboden gekregen. Het mag duidelijk zijn dat de uitbarsting niets te maken had met het publieke toilet, maar tegen mij persoonlijk gericht was.
Sindsdien hebben Evelyne en Carole me verteld dat ze zelf ook enorm moeite hebben moeten doen om enigszins geaccepteerd te worden (voor wie het nog niet begrepen had: het zijn 2 vrouwen, en ze zijn een stel). Bij hen zijn zelfs de banden van de auto lekgestoken. En er zijn mensen in het dorp die geen bonjour meer tegen ze zeggen sinds ik met mijn tent in de tuin sta.
Carole is ervan overtuigd dat de houding tegenover mij, te maken heeft met het feit dat ik buitenlander ben, en dat zou me niet verbazen.

En toen ik dat alles bij elkaar opgeteld had, was ik wel een beetje klaar met Lelin-Lapujolle.

Behalve voor sudoku en vooral veel lezen (de bibliotheek is in Frankrijk nog gewoon gratis, en lezen in het Frans is een erg goeie oefening), heeft mijn vakantie me ook de tijd gegeven om een inventarisatie te maken van mijn spullen. De 2 belangrijkste conclusies zijn dat ik inmiddels veel te veel zooi heb verzameld voor in mijn rugzak, en dat bovendien zowel mijn rugzak als mijn tent op hun einde lopen; beide vertonen de nodige slijtage, en zullen niet lang meer meegaan; de tent wordt al met ducttape overeind gehouden.

En dus heb ik besloten om deze herfst en winter genoeg geld te verdienen om een bestelbus aan te schaffen die ik kan ombouwen tot camper. Op die manier heb ik een chez moi (‘thuis’), wat meer bagageruimte, en hoef ik niet teveel van mijn vrijheid in te leveren. Frankrijk kent geen wegenbelasting, en verzekering en brandstof zijn goedkoper dan in Nederland, dus ik denk dat ik dat — op de een of andere manier — wel moet kunnen financieren.

Over een paar weken meer nieuws; tot die tijd ben ik even aan het klussen op een plek waar het internet nog niet is doorgedrongen.

Verder zwerven

Roerige tijden

Een maand geleden is het alweer dat ik een bericht plaatste…
Zoals ik eerder al aangaf, was het internet in Uhart-Mixe geen vanzelfsprekendheid. En daarna werd het alleen nog maar lastiger.

Tot afgelopen weekend heb ik in Uhart-Mixe bij l’Escargot gewerkt. Ik heb geprobeerd om daar in de regio werk te vinden, maar dat is niet gelukt: als je geen bankrekening hebt, wil geen uitzendburo je inschrijven, en als je geen werk hebt, wil geen bank je een rekening geven.

Afgelopen zaterdag heeft Arno, de eigenaar van l’Escargot, me meegenomen op een rondje langs andere gîtes, om te kijken of ik daar aan de slag zou kunnen, en afgelopen zondag heb ik daar zelf nog een rondje achteraan gedaan. De resultaten zijn hoopgevend, maar niet juichend. In het kort:

In oktober en november hoop ik aan de slag te kunnen bij Martine in Larressingle, waar ik eerder dit jaar ook al werkte; er moet het een en ander geklust worden.

In september kan ik aan de slag bij een gîte-complex in Sauboires; ook hier gaat het om klussen, en verder heeft de (enorme) tuin onderhoud nodig.

In oktober is er een wervingsdag voor 3 skigebieden in de Pyreneeen. Ik ben vastbesloten daar werk te vinden voor de winter.

In de Gers, in de buurt van een aantal gîtes waar ik al eerder werkte, is een soort bio-snackbar voor pelgrims. De dames die deze snackbar runnen, willen verhuizen en zoeken iemand om de snackbar over te nemen. Ik ben er inmiddels een paar keer geweest, en als alles gaat als gepland, hebben we volgende week een afspraak met de burgemeester om te vragen of die er zijn zegen (het is een heel klein dorp) en een investering (het pand is van de gemeente, en is momenteel niet geschikt om er ook te wonen) aan wil geven.
Als dit doorgaat, zou ik daar zo rond april beginnen.

En verder zijn er nog 1 of 2 gîtes waar ik misschien een paar weken zou kunnen werken, maar dat is een dikke ‘misschien’.

Vanaf september ziet het er dus allemaal redelijk zonnig, of in ieder geval niet al te regenachtig, uit. Maar tot september heb ik nog niets. Enerzijds goed, want het geeft me de tijd te onderhandelen en plannen voor de snackbar, maar anderzijds zijn eten en een dak boven je hoofd ook wel fijn.
Ik heb in Uhart-Mixe gelukkig wat geld kunnen verdienen met grasmaaien, en ik heb mijn tentje bij me, dus uiteindelijk ga ik me er wel doorheen slaan, maar comfortabel is anders.

Voorlopig even zover.

Als er tikfouten in dit bericht staan, komt dat doordat ik achter een computer met Frans toetsenbord zit; mijn eigen computer staat, samen met wat andere spullen, tijdelijk op een zolder opgeslagen. Ik zal dus ook de komende tijd niet heel veel kunnen schrijven (en beantwoord alleen de meest dringende e-mails, want een smartphone is nog erger dan een Frans toetsenbord).