In 2014 liep ik van Wateringen in Nederland (in het Westland) naar Fisterra in Spanje (ten westen van Santiago de Compostela).
Daarna besloot ik om niet terug te keren naar Nederland, maar verder te zwerven. Onderweg werk ik (meestal voor kost en inwoning).

Frimousse, Stukjes camino

Gîte gesloten? Gîte open!

Bardigues Saint-Antoine Flamarens Miradoux Castet-Arrouy

Gisteravond niemand meer gezien, dus geen brood, en zonder eten naar bed. En een oude, vochtige stacaravan is niet te vergelijken met een loods-tent-winterslaapzak. Dus word ik vanmorgen om een uur of 5 wakker van honger en kou. Ik weet het nog een uurtje vol te houden in mijn slaapzak, maar besluit dan op te staan en op te breken. De Mars die ik bewaard heb voor het ontbijt doet mijn lichaam alleen maar schreeuwen om meer.
Om kwart over zeven zijn we al op pad; nog steeds niemand gezien, dus verder ook niets gegeten. Ik hoop dat er in het volgende dorp een épicerie is. Gelukkig is die er. Helaas is die net deze week gesloten voor een weekje vakantie.

Bijna de hele weg gaat vandaag door modder en nat gras, waardoor ik na een uur al loop te soppen in mijn schoenen. Mijn droom van gisteravond (toen was het nog mooi weer) om Lectoure te halen (24 kilometer) verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Om half twaalf stuit ik eindelijk op een klein dorpssupermarktje; ik sla direct een dagvoorraad in. Maar als die binnen een half uur op is, ga ik nog een keer naar binnen; ik wil niet het risico lopen vanavond en morgenochtend weer zonder eten te zitten. De eigenaar van de winkel glimlacht alleen maar als ik weer bij de kassa sta; waarschijnlijk zou iedereen dat doen, met de prijzen die hij vraagt.

Om een uur of 2 ben ik er wel klaar mee: ik wil mijn schoenen uittrekken en laten drogen, en bovendien heb ik onderweg ergens een aankondiging gezien voor een donativo-gîte (‘geef wat je wilt geven en kunt missen’) in Castet-Arrouy.
De donativo vind ik niet, maar wel bordjes naar een gîte communal (gemeentelijke gîte) waar pelgrijms voor 18 euro per nacht terecht kunnen. Een bak geld, maar ik besluit dat op dit moment een echt bed en een douche best 18 euro waard zijn, en volg de bordjes.

De gîte blijkt gesloten voor de winter, maar de aanwezige mevrouw zegt dat ze even haar man zal bellen (de burgemeester, blijkt later). De burgemeester besluit direct dat ‘we deze man vannacht niet buiten laten slapen‘ — blijkbaar zie ik er inmiddels niet meer uit als de standaard toerist-pelgrim die je kunt doorverwijzen naar een chambre d’hôte. Vanmiddag is de ruimte die ’s zomers gîte is verhuurd aan de kaartvereniging, maar als die om een uur of zes klaar zijn, zal iemand van gemeentewerken een bed voor me neerzetten, en is de ruimte voor mij.
Ik hoop dat de douche ’s winters warm is, maar ook als dat niet zo is, tref ik het vandaag weer geweldig, met een gratis bed en verwarming, en bovendien voldoende eten in de rugzak.

UPDATE, een paar uur later.

Het bleek niet de kaartclub, maar de maandelijkse bijeenkomst van de ouderen en minder bedeelden van het dorp, om gezamenlijk een spelletje kaart of Scrabble te spelen, maar vooral elkaar te ontmoeten.
Al snel kwam de vraag of ik erbij kwam zitten, en er was koffie en gebak, en nog meer koffie en gebak, enzovoort. Na het gezellig samenzijn was er nog een berg gebak over, en er wordt van mij verwacht dat ik meeneem wat ik niet opeet; men wil morgen geen restjes vinden. Waarmee mijn ontbijt voor de rest van de week geramd zit (als ik dit in 1 ontbijt opeet, krijg ik genoeg suiker binnen om de laatste 120 kilometer in een dag te lopen).
Verder zijn er ook nog een zakje instantsoep, een pakje macaroni, en 2 blikjes sardientjes waarvoor dezelfde regel geldt: het moet op. 1 Blik sardientjes gaat in de rugzak, en van de rest maak ik iets eetbaars; brood en kaas blijven in de rugzak.
De douche was trouwens ook heerlijk.
En nee: die €18 hoef ik niet te betalen; de gîte is immers nog niet open?

O ja, en ik mag niet meer aan de poten van Frimousse komen om zijn hoeven schoon te maken. Waarvoor ik die lul van gisteren nog even hartelijk wil bedanken.