In 2014 liep ik van Wateringen in Nederland (in het Westland) naar Fisterra in Spanje (ten westen van Santiago de Compostela).
Daarna besloot ik om niet terug te keren naar Nederland, maar verder te zwerven. Onderweg werk ik om in mijn onderhoud te voorzien.
Ik bevind me momenteel in Frankrijk.

Noodopvang

Terug in Auch

En ik ben weer terug in Auch.
De dame die me op zou halen, kwam uiteindelijk niet: ik kon meerijden met een andere dakloze, die ook doorverwezen was naar Condom, en in bezit is van een auto. Helaas. Of eigenlijk zelfs dubbel helaas: enerzijds kwam die mevrouw niet, en had dus ook geen eten voor me bij zich; anderzijds heeft die andere man een probleem aan zijn luchtwegen, waardoor hij de hele nacht heeft liggen hoesten, en ik van het weekend bijna geen oog heb dichtgedaan.

De noodopvang in Condom is niet slecht: basaal, maar schoon en compleet. Helaas waren het Rode Kruis, de Resto du Cœur en de Secours Populaire dicht in het weekend, waardoor eten geen optie leek. En daar kwam de voorzienigheid om de hoek kijken, waar wij pelgrims zo op moeten vertrouwen: ik ging een rondje wandelen door de stad, en vond 5 euro. En het is helemaal niet gek wat je bij de Leader Price kunt kopen voor €5: een zak Riz Cantonais (lijkt een beetje op nasi), 6 eieren, een zak chips, een zak chocoladebroodjes, en zelfs wat appel/bananencompôte. Goed, niet het meest voedzame voer, maar je komt er wel een weekend mee door.
Mijn collega rekende op mij om hem te voeren, maar dat ging me te ver: als je zo dom bent om ‘s ochtends van je laatste geld een GPS te kopen voor in je auto, en dan ‘s middags heel verbaasd te reageren dat je niets te eten en te roken hebt, heb je wat mij betreft wel een lesje te leren.

Ik mocht 2 nachten blijven in Condom. Maandagochtend belde ik 115 dus weer; om 9h08 had ik beet, en was ik net op tijd voor het laatste bed in Auch.
Mijn huisgenoten waren blij dat ik weer terug was, dus dat deed wel goed, en ik heb gelukkig hetzelfde bed dat ik had voor mijn vertrek: in een rustig hoekje, op een rustige kamer.
Vanmorgen was ik de eerste die 115 belde. Morgen ben ik dat, denk ik, weer…

En ik ben vastbesloten van de winter genoeg geld te verdienen om in het voorjaar een oude bestelbus aan te schaffen en om te bouwen tot simpele camper. Het werkt niet alleen op je zenuwen om zo in het rond gestuurd te worden, het is ook niet echt praktisch bij het vinden (en behouden) van werk.
Met een bus heb ik altijd een dak boven mijn hoofd, en bovendien vervoer om van seizoenswerk naar seizoenswerk te reizen. Ik denk dat ik aan een euro of 2000 genoeg moet hebben voor aanschaf, verbouwing, en de verzekering voor het eerste jaar (Frankrijk kent geen wegenbelasting).

Noodopvang

Geen plaats

Ik schreef al dat iedereen in de logement d’urgence om een paar minuten na 9 als een dolle 115 belt om zeker te zijn van een plaats. Ik belde vandaag om 9h08, en was al te laat: alle bedden zijn bezet vanavond. Men probeert nu een plaats voor me te regelen in Vic-Fezensac. Als dat lukt zal ik daarheen moeten liften. En liften op zaterdag is niet makkelijk. Van de andere kant: als er geen plaats is, of liften lukt niet, slaap ik vannacht op straat. En het is koud ‘s nachts.

UPDATE 10h14:
Er is plaats voor me in Condom ¹ ². Ik word om 14h30 opgehaald in Auch. En de dame die me naar Condom brengt, neemt ook wat te eten mee voor vanavond.

Werk

Geen wintersport

Op 13 oktober was ik op de recruteringsdag in Arudy, om werk voor de winter te vinden in de Pyreneeën. 5 Sollicitaties heb ik daar gedaan, en al die werkgevers beloofden mij binnen 3, hooguit 4 weken iets te laten weten; ook als de keuze niet op mij gevallen was.

Inmiddels zijn we bijna 6 weken verder, en er heeft 1 werkgever contact met me opgenomen; van de rest heb ik niks gehoord.
Die ene die wel contact met me opnam, belde me 2 weken geleden, op dinsdag. Ze wilde me uitnodigen voor een gesprek, maar omdat ik op bijna 200 kilometer van Gourette ben, zou ze me teugbellen voor een telefonisch interview. De maandag daarop had ze me nog niet gebeld, dus belde ik haar: ze had het druk, en zou me op vrijdag bellen. Dat deed ze niet, en dus belde ik haar gisteren maar weer. En vertelde ze me dat ze inmiddels iemand anders gevonden had; ze had het niet de moeite gevonden me dat even te laten weten (‘te druk’ voor een telefoontje van 1 minuut gaat er bij mij niet in).

En dus bereid ik me nu mentaal voor op een winter in de noodopvang in Auch; zonder werk, want dat is hier nauwelijks, en dus ook zonder geld. Het is niet helemaal de toekomst waar ik van droomde…

Om dit berichtje toch maar positief te eindigen: afgelopen vrijdag heb ik een medisch onderzoek gehad; de uitslagen van de bloed- en urineonderzoeken zijn nog niet binnen, maar met mijn 46 jaar, en een jaar of 30 roken, heb ik de longinhoud van een man van 20. Lopen is goed voor je.

Noodopvang

Foto’s Nogaro en Auch

Ik heb eindelijk even de tijd genomen om Bluetooth uit te vogelen (het kabeltje om mijn telefoon aan mijn laptop te hangen ligt nog bij Marinette op zolder).

Dit is de logement d’urgence in Nogaro:

In Auch ziet het er zo uit:

Dit vond ik gewoon een mooi middeleeuws plaatje (Auch); helaas moest ik overdag terugkomen voor een duidelijkere foto, vanwege geen geweldige camera:

En voor wie in is voor een geintje en een beetje Frans spreekt:

Waarschijnlijk is-ie koud tegen de tijd dat-ie aankomt, maar voor die €8,50 met gratis bezorging…
Het landnummer van Frankrijk is +33.
;-)

Noodopvang

Tweede week Auch

2 Weken ben ik nu in Auch. De verveling is enorm.
Gelukkig is ook hier de bibliotheek gratis, dus ik heb nu een 2e Franse bibliotheekkaart, en ben inmiddels aan mijn 4e boek bezig (sinds mijn aankomst in Auch). De verveling is in ieder geval goed om mijn Frans te verbeteren.
:-)

Omdat ik hier inmiddels meer dan een week ben, moet ik elke ochtend 115 bellen om te vragen of ik nog een nacht mag blijven. Wie het eerst komt, die het eerst maalt, en daarbij hebben mensen die afgelopen nacht een bed hadden niet meer rechten dan mensen die dat niet hadden, dus als de medewerker in functie om een paar minuten na 9 roept “C’est bon pour cent-quinze!” (“We kunnen voor 115!“), grijpt iedereen naar zijn telefoon, om vervolgens de lijnen te overbelasten, en massaal op de voice-mail terecht te komen, direct op te hangen, en opnieuw te bellen. Het heeft wel wat grappigs. Normaal gesproken heeft om 9h15 iedereen z’n bed wel veiliggesteld.

Vorig weekend was trouwens een rustig weekend. In de nacht van vrijdag op zaterdag werd de RSA gestort, en de collega’s die recht hebben op de RSA besloten hun geld te investeren in de bierindustrie. Maar wie duidelijk zichtbaar onder invloed verkeert, komt de opvang niet in — enerzijds een verzekeringskwestie, anderzijds past laveloosheid niet in de ‘gezamenlijkheid’ die men hier probeert te stimuleren (samen tafeldekken, samen eten, samen opruimen, enz.). De meesten kwamen aan het einde van de dag gewoon niet opdagen, en die ene die wel kwam aangekropen, kreeg te horen dat hij op straat zijn roes uit mocht slapen. Waardoor ik overbleef met de asielzoekers.

Over de asielzoekers gesproken: ik ben bevorderd tot tolk. De Albaniërs spreken geen Frans, maar sommigen spreken wel een beetje Duits. En omdat ik beide spreek, mag ik vertalen tussen de Albaniërs en de medewerkers wanneer dat nodig is. En ben ik één van de aanspreekpunten bij het huiswerk voor de Franse les die ze verplicht volgen.

De uitzendbureaus in de stad zijn niet heel enthousiast om me in te schrijven. Van de ene kant omdat ik geen auto heb, maar van de andere kant denk ik dat het er ook mee te maken heeft dat ik hetzelfde postadres heb als alle andere daklozen in de stad.
Wel kreeg ik van de week een telefoontje uit Gourette, in de Pyreneeën. Ze waren geïnteresseerd, en wilden me uitnodigen voor een gesprek, maar omdat ik relatief ver weg ben, hebben we afgesproken eerst een telefonisch onderhoud te doen. Dat was afgelopen woensdag, en ik ben nog niet teruggebeld; dat werkt inmiddels behoorlijk op mijn zenuwen. Goed, vrijdag was een feestdag, en nu is het weekend, maar maandag ga ik hen bellen, en ik hoop dat ik niet te horen krijg dat ze iemand gevonden hebben die dichterbij woont (ik heb begrepen dat het lastig is om tijdelijke woonruimte te vinden voor personeel in Gourette).

Maandagmiddag heb ik een afspraak op het arbeidsbureau; iets over het verkrijgen van een Frans sofi-nummer. Vrijdag ga ik naar het ziekenhuis voor een (gratis) medische check-up.

Noodopvang

Auch

Afgelopen maandagochtend vertrok ik vanuit de Béarn richting Auch (spreek uit: ‘Osh‘), om ‘even’ een titre de séjour te halen. Het liften ging redelijk voorspoedig — ik had me geschoren, en zag er niet al te erg als een zwerver uit — en om een uur of 4 in de middag werd ik op het station van Auch afgezet.
Het eerste dat ik deed was 115 bellen om een plek voor de nacht te regelen. Ik kon terecht, en omdat ik niet bekend ben in Auch, stuurde de 115-medewerker me naar de mairie om de weg te vragen naar de hebergement d’urgence: de mairie is makkelijk te vinden, en de noodopvang daar in de buurt.
De receptionist van de mairie keek me glazig aan: geen idee dat er een noodopvang in zijn stad was. Met behulp van een collega stuurde hij me uiteindelijk naar la maison diocésaine, een katholieke organisatie om de hoek.
Bij de zusters keek men mij glazig aan: nooit gehoord van een noodopvang in de stad. Men besloot mij door te sturen naar het Rode Kruis, 1 deur verder.
Bij het Rode Kruis was niemand aanwezig. En dus belde ik 115 nog maar een keer. De medewerkster had alle tijd, en bleek de weg in Auch heel goed te kennen: ze bleef aan de telefoon (en ik natuurlijk ook), en ze leidde me hier-rechts-nu-links tot voor de deur. Naar binnen kon ik nog niet, want het was 5 uur, en de deur gaat om 18h30 open, maar nu wist ik in ieder geval waar ik moest zijn; mijn bed was gereserveerd. Bovendien hoefde ik me niet druk te maken om eten: er wordt ‘s avonds gezamenlijk gegeten. Wie zich voor het eerst meldt, mag een week blijven zonder opnieuw 115 te moeten bellen.

Om 18h30 stond ik weer voor de deur; nu met een groep andere hulpvragers. De meesten zijn hier voor langere tijd. Er is een Albanisch stel, 2 Albanische jongens (voor zover ik begrijp geen familie), een Russisch stel, een Guinees, 2 Marokkanen en een paar Fransen; de Albaniërs, de Russen en de Guinees wachten op de behandeling van hun asielverzoek. Ik word direct geadopteerd door de Albaniërs, de Russen en een Fransman; de meeste anderen zijn te ver heen om zich nog om anderen te bekommeren.
De noodopvang is een huis met 7 kamers voor 1, 2, 3 of 4 personen. Ik kom in een 2-persoonskamer met een man die nauwelijks uit zijn ogen kan kijken door jarenlang drankmisbruik, en zijn hond. Verder zijn er een huiskamer met tv, een grote keuken met vaatwasser, wasmachine en wasdroger, een kantoortje, een grote ruimte met tafels en stoelen om te eten en overdag te verblijven, en douches en toiletten. De nachtopvang is open van 18h30 tot 8h30; tussen 8h30 en 12h00 kunnen mensen die ook niet veel hebben, komen ontbijten en/of anderen ontmoeten. ‘s Nachts is er 1 medewerker aanwezig; de rest van de openingstijden zelfs 3.
‘s Avonds wordt er eten geserveerd voor de mensen die hier de nacht doorbrengen, het ontbijt is open voor iedereen, en wie dat nodig heeft (zoals ik) kan om een uur of 11 een lunchpakket komen halen. Dit alles met dank aan de voedselbank en sponsors.

Op dinsdag wil ik naar de préfecture voor mijn titre de séjour. Maar 1 november is een feestdag, Toussaints (Allerheiligen, de dag van de doden), en dus wordt er niet gewerkt. Slenterend door de stad zie ik mijn huisgenoten aan het werk of recreërend: zittend op de stoep met een bakje voor zich voor kleingeld, mensen aansprekend op terrassen, of, al dan niet met een joint of een blik in de hand, zittend op een bankje in een park, met een lege blik voor zich uit starend. Ik besluit dat dat in ieder geval niet mijn toekomst zal zijn.

Op woensdag meld ik me bij de préfecture, waar in een minuut een droom aan diggelen gaat: als ik geen betaald werk heb, heb ik ook geen recht op een titre de séjour; mijn 2 jaar werk als vrijwilliger tellen niet. Het ergste is nog niet eens de titre de séjour die ik niet krijg; het ergte is die hooghartige trut achter het loket, die met een vies gezicht zegt ‘De RSA is voor werkende mensen.‘…
Resultaat: zonder titre de séjour geen RSA (bijstand), zonder RSA geen APL (huursubsidie), zonder APL geen gîte. Ja, dat komt aan. Ik doe verder niet zoveel op woensdag. Gelukkig heb ik aan mijn huisgenoten gezien dat dit niet het moment is om een biertje te nemen.

Op donderdag meld ik me bij R.E.G.A.R., een stichting die in het leven geroepen is om hulp en advies te bieden aan mensen die verder nergens terecht kunnen. Op dit moment kunnen ze niet heel veel voor me doen: ik krijg een postadres, maar voor hulp bij het vinden van woonruimte moet ik eerst werk zien te vinden; zodra ik dat heb, kunnen zij me plaatsen in gesubsidieerde woonruimte, totdat ik genoeg verdien om iets volledig zelfstandigs te betalen.
‘s Middags schrijf ik me in bij Pole Emploi (het arbeidsbureau) en ga ik bij verschillende uitzendbureaus langs. De uitzendbureaus zijn niet bijster geïnteresseerd omdat ik geen vervoer heb; desondanks lukt het me om me bij 1 in te schrijven, en een afspraak te maken voor een inschrijving bij een andere.
‘s Avonds ben ik de held van de medewerkers van de opvang; blijkbaar is het lang geleden dat ze hier iemand hadden die uit zijn situatie probeerde te klimmen. Ik word overladen met adressen waar ik even langs moet; uitzendbureaus, maar ook een stichting die auto’s uitleent aan mensen die zich geen auto kunnen veroorloven, en zo nog het een en ander.

Op vrijdag bezoek ik nog een paar uitzendbureaus, waarbij ik nog een afspraak voor een inschrijving scoor, en verander ik op het postkantoor het adres van mijn bankrekening. De middag breng ik door in de bibliotheek, waar ik heel de middag een computer claim om online te zoeken naar werk en uitzendbureaus.
‘s Avonds vraag en krijg ik overplaatsing naar een andere kamer. De stank van de hond en van bier maakten het al een niet heel fijne kamer, maar dat mijn kamergenoot zich af lag te trekken onder in het stapelbed terwijl ik bovenin een boek probeerde te lezen, was voor mij de druppel (sorry voor die onbedoelde woordspeling).

En nu is het weekend, en heb ik dus even vrij.
Maandag heb ik 2 afspraken bij uitzendbureaus. Op dinsdag nemen mijn Albanische ‘adoptieouders’ me op sleeptouw om een kaart te regelen voor gratis openbaar vervoer in de regio.

Nieuws van mijn sollicitaties in de Pyreneeën heb ik nog niet.