In 2014 liep ik van Wateringen in Nederland (in het Westland) naar Fisterra in Spanje (ten westen van Santiago de Compostela).
Daarna besloot ik om niet terug te keren naar Nederland, maar verder te zwerven. Onderweg werk ik (meestal voor kost en inwoning).

Noodopvang

Auch

Afgelopen maandagochtend vertrok ik vanuit de Béarn richting Auch (spreek uit: ‘Osh‘), om ‘even’ een titre de séjour te halen. Het liften ging redelijk voorspoedig — ik had me geschoren, en zag er niet al te erg als een zwerver uit — en om een uur of 4 in de middag werd ik op het station van Auch afgezet.
Het eerste dat ik deed was 115 bellen om een plek voor de nacht te regelen. Ik kon terecht, en omdat ik niet bekend ben in Auch, stuurde de 115-medewerker me naar de mairie om de weg te vragen naar de hebergement d’urgence: de mairie is makkelijk te vinden, en de noodopvang daar in de buurt.
De receptionist van de mairie keek me glazig aan: geen idee dat er een noodopvang in zijn stad was. Met behulp van een collega stuurde hij me uiteindelijk naar la maison diocésaine, een katholieke organisatie om de hoek.
Bij de zusters keek men mij glazig aan: nooit gehoord van een noodopvang in de stad. Men besloot mij door te sturen naar het Rode Kruis, 1 deur verder.
Bij het Rode Kruis was niemand aanwezig. En dus belde ik 115 nog maar een keer. De medewerkster had alle tijd, en bleek de weg in Auch heel goed te kennen: ze bleef aan de telefoon (en ik natuurlijk ook), en ze leidde me hier-rechts-nu-links tot voor de deur. Naar binnen kon ik nog niet, want het was 5 uur, en de deur gaat om 18h30 open, maar nu wist ik in ieder geval waar ik moest zijn; mijn bed was gereserveerd. Bovendien hoefde ik me niet druk te maken om eten: er wordt ’s avonds gezamenlijk gegeten. Wie zich voor het eerst meldt, mag een week blijven zonder opnieuw 115 te moeten bellen.

Om 18h30 stond ik weer voor de deur; nu met een groep andere hulpvragers. De meesten zijn hier voor langere tijd. Er is een Albanisch stel, 2 Albanische jongens (voor zover ik begrijp geen familie), een Russisch stel, een Guinees, 2 Marokkanen en een paar Fransen; de Albaniërs, de Russen en de Guinees wachten op de behandeling van hun asielverzoek. Ik word direct geadopteerd door de Albaniërs, de Russen en een Fransman; de meeste anderen zijn te ver heen om zich nog om anderen te bekommeren.
De noodopvang is een huis met 7 kamers voor 1, 2, 3 of 4 personen. Ik kom in een 2-persoonskamer met een man die nauwelijks uit zijn ogen kan kijken door jarenlang drankmisbruik, en zijn hond. Verder zijn er een huiskamer met tv, een grote keuken met vaatwasser, wasmachine en wasdroger, een kantoortje, een grote ruimte met tafels en stoelen om te eten en overdag te verblijven, en douches en toiletten. De nachtopvang is open van 18h30 tot 8h30; tussen 8h30 en 12h00 kunnen mensen die ook niet veel hebben, komen ontbijten en/of anderen ontmoeten. ’s Nachts is er 1 medewerker aanwezig; de rest van de openingstijden zelfs 3.
’s Avonds wordt er eten geserveerd voor de mensen die hier de nacht doorbrengen, het ontbijt is open voor iedereen, en wie dat nodig heeft (zoals ik) kan om een uur of 11 een lunchpakket komen halen. Dit alles met dank aan de voedselbank en sponsors.

Op dinsdag wil ik naar de préfecture voor mijn titre de séjour. Maar 1 november is een feestdag, Toussaints (Allerheiligen, de dag van de doden), en dus wordt er niet gewerkt. Slenterend door de stad zie ik mijn huisgenoten aan het werk of recreërend: zittend op de stoep met een bakje voor zich voor kleingeld, mensen aansprekend op terrassen, of, al dan niet met een joint of een blik in de hand, zittend op een bankje in een park, met een lege blik voor zich uit starend. Ik besluit dat dat in ieder geval niet mijn toekomst zal zijn.

Op woensdag meld ik me bij de préfecture, waar in een minuut een droom aan diggelen gaat: als ik geen betaald werk heb, heb ik ook geen recht op een titre de séjour; mijn 2 jaar werk als vrijwilliger tellen niet. Het ergste is nog niet eens de titre de séjour die ik niet krijg; het ergte is die hooghartige trut achter het loket, die met een vies gezicht zegt ‘De RSA is voor werkende mensen.‘…
Resultaat: zonder titre de séjour geen RSA (bijstand), zonder RSA geen APL (huursubsidie), zonder APL geen gîte. Ja, dat komt aan. Ik doe verder niet zoveel op woensdag. Gelukkig heb ik aan mijn huisgenoten gezien dat dit niet het moment is om een biertje te nemen.

Op donderdag meld ik me bij R.E.G.A.R., een stichting die in het leven geroepen is om hulp en advies te bieden aan mensen die verder nergens terecht kunnen. Op dit moment kunnen ze niet heel veel voor me doen: ik krijg een postadres, maar voor hulp bij het vinden van woonruimte moet ik eerst werk zien te vinden; zodra ik dat heb, kunnen zij me plaatsen in gesubsidieerde woonruimte, totdat ik genoeg verdien om iets volledig zelfstandigs te betalen.
’s Middags schrijf ik me in bij Pole Emploi (het arbeidsbureau) en ga ik bij verschillende uitzendbureaus langs. De uitzendbureaus zijn niet bijster geïnteresseerd omdat ik geen vervoer heb; desondanks lukt het me om me bij 1 in te schrijven, en een afspraak te maken voor een inschrijving bij een andere.
’s Avonds ben ik de held van de medewerkers van de opvang; blijkbaar is het lang geleden dat ze hier iemand hadden die uit zijn situatie probeerde te klimmen. Ik word overladen met adressen waar ik even langs moet; uitzendbureaus, maar ook een stichting die auto’s uitleent aan mensen die zich geen auto kunnen veroorloven, en zo nog het een en ander.

Op vrijdag bezoek ik nog een paar uitzendbureaus, waarbij ik nog een afspraak voor een inschrijving scoor, en verander ik op het postkantoor het adres van mijn bankrekening. De middag breng ik door in de bibliotheek, waar ik heel de middag een computer claim om online te zoeken naar werk en uitzendbureaus.
’s Avonds vraag en krijg ik overplaatsing naar een andere kamer. De stank van de hond en van bier maakten het al een niet heel fijne kamer, maar dat mijn kamergenoot zich af lag te trekken onder in het stapelbed terwijl ik bovenin een boek probeerde te lezen, was voor mij de druppel (sorry voor die onbedoelde woordspeling).

En nu is het weekend, en heb ik dus even vrij.
Maandag heb ik 2 afspraken bij uitzendbureaus. Op dinsdag nemen mijn Albanische ‘adoptieouders’ me op sleeptouw om een kaart te regelen voor gratis openbaar vervoer in de regio.

Nieuws van mijn sollicitaties in de Pyreneeën heb ik nog niet.

6 comments to Auch

  • Danny Simons

    Ai! Dat is een flinke tegenvaller zeg… Veel sterkte met de sollicitaties!

    • Rob

      Ja, een beetje een tegenvaller is het wel. Maar van de andere kant zou het een avontuur van niks zijn als alles zeker was. ;-)

  • Danny Simons

    :good: Dat laatste is zeker waar. Maar het mag ook wel eens een keertje meezitten, toch?
    :yes:

    • Rob

      Daar heb je helemaal gelijk in. En ik ga ook niet net doen alsof ik niet baal dat ik die gîte niet kan overnemen.

      Maar van de andere kant is deze situatie op zoveel manieren interessant, dat ik het (bijna) alleen maar als een kans kan zien die niet veel mensen krijgen: 3 jaar geleden betaalde ik 1100 euro huur, had ik een auto en een motor, at ik regelmatig in restaurants en sliep ik bijna net zo regelmatig in hotels, en nu zie ik het andere uiterste van onze maatschappij; en dat alles in de wetenschap dat ik de capaciteiten heb om er weer uit te klimmen (zolang ik me niet laat verleiden die lange saaie dagen te breken met een biertje, want ik balanceer nu wel op het randje, en ik weet/zie dat ik met 1 verkeerde stap in het ravijn kan donderen).
      Het is misschien niet altijd comfortabel, en er is best weleens stress, maar al met al is dit een unieke kans om onze maatschappij, andere mensen en mezelf beter te leren kennen.

  • Rob als ik het zo lees is de informatie voorziening een ramp… misschien kan je daar iets mee met een goede duidelijke website voor andere

    • Rob

      De informatie is uiteindelijk allemaal te vinden op internet; ’t is alleen erg versnipperd. En het is, ook voor een Assistente Sociale, lastig om alles uit het hoofd te weten.
      Misschien dat ik er, als ik de hele molen door ben, een blogpost aan wijd. Maar een hele website… Nee, dat denk ik niet. Een blogpost kun je plaatsen en dan vergeten; een website moet je bijhouden, en daar moet ik echt niet aan denken; ik heb op het moment al moeite genoeg om met enige regelmaat een stukje op mijn blog te schrijven.