In 2014 liep ik van Wateringen in Nederland (in het Westland) naar Fisterra in Spanje (ten westen van Santiago de Compostela).
Daarna besloot ik om niet terug te keren naar Nederland, maar verder te zwerven. Onderweg werk ik (meestal voor kost en inwoning).

Algemeen

Fotodump(je)

Ik had wat foto’s beloofd. Hier zijn ze dan.
Ik realiseer me net dat ik nog erg weinig foto’s heb van mijn omgeving hier in Rodez; die volgen zodra ik tijd heb om ze te maken (dit weekend 2 verhuizingen; de verhuizing van afgelopen weekend ging niet door, en halen we dit weekend in).

Ik begin met 2 foto’s die niks met mijn avontuur te maken hebben. Het viel me gewoon op, en voor mij laat het perfect zien hoe je je kapot moet schamen als je kind in marketing werkt.

Iets heel anders dan: de kathedraal van Auch, die (aan het begin van de avond) boven het centrum uit torent. Gewoon een mooi plaatje.

Door Auch loopt ook een Jacobsweg: de GR653, een variant op de GR65 oftewel de Chemin du Puy.

Le logement d’urgence in Condom. Het heeft voor mij wel wat van de refuges voor pelgrims die ik heb gezien op de Voie de Vezelay (maar Condom ligt op de Chemin du Puy, en daar verwachten de pelgrims iets meer).

En nog wat plaatje uit Condom.

De eerste week bij Emmaüs in Rodez had ik de chambre de passager.

Emmaüs Rodez heeft.verschillende hallen: meubles (meubelen), bibelots (servies en snuisterijen), vêtements et jouets (kleding en speelgoed), en een kleine kledingwinkel in het centrum; dit is meubles.

En dit is de kamer die ik nu heb.

Emmaüs

Je ne peux pas t’aider…

Je ne peux pas t’aider, je n’ai rien à te donner.
Mais toi, tu peux m’aider à aider les autres.

Ik kan je niet helpen, ik heb niets dat ik je kan geven.
Maar jij kunt mij helpen de anderen te helpen.

Die twee zinnen spelen nu al weken door mijn hoofd, en ik vind ze prachtig.
Omdat ze nu weer boven kwamen drijven (op de achtergrond laat de tv een programma zien waarin een dorp in actie komt om het huis van een buurfamilie af te bouwen dat half-af is achtergelaten door een failliete aannemer), vond ik het tijd om ze maar eens te delen.

In november 1949 ontmoette Henri Antoine Grouès — beter bekend als l’abbé Pierre (‘abt Pieter‘) — Georges Legay, een suïcidale dakloze. L’abbé Pierre heeft toen bovenstaande tegen Georges gezegd (het kan een beetje opgeschuurd en gevernist zijn met het verstrijken van de tijd, zoals vaak gebeurt met historische gebeurtenissen). Georges nam de uitdaging aan, en werd daarmee de eerste compagnon d’Emmaüs.
Naar aanleiding van die gebeurtenis richtte l’abbé Pierre de Emmaüs-beweging op, en het aantal mensen in nood dat sindsdien bij Emmaüs (inmiddels 350 organisaties in 37 landen) onderdak, werk en waardigheid heeft gevonden, is niet te tellen; en daarnaast zijn er dan nog de mensen die in een huis wonen dat gebouwd is en tegen een fatsoenlijke prijs verhuurd wordt door Emmaüs, de mensen die van een Emmaüs-winkel gratis een inrichting voor hun appartement/kamer aangeboden kregen (ik heb er inmiddels een paar bezorgd), de mensen die voor kortere of langere tijd gebruik maakten van de noodopvang die Emmaüs biedt, de waterputten en andere zaken die Emmaüs in arme landen gebouwd heeft, enzovoort.

Ik neem duizend petten af voor l’abbé Pierre.
Maar waar het uiteindelijk om gaat, niet alleen bij Emmaüs, maar in het leven, dat zijn die twee zinnen: als we allemaal de anderen helpen, winnen we allemaal.